Cara-fan
Toen Peter en ik vrijdagavond, de caravan voortduwend, de laatste meters in Hongarije te voet aflegden, kwam de cafébaas van de allerlaatste pleisterplaats voor de grens verbaasd vragen waar de reis heen ging. Hoewel hij gebrekkig Duits sprak werd duidelijk dat een vriend binnen een half uur, vermoedelijk met auto met trekhaak zou arriveren, en dat die vriend mogelijk ons de lift over de grens kon geven.
Binnen vijf minuten zaten we, als enige gasten op het terras, zweet op de rug, muggen op arm, aan een verkwikkende glas priklimonade. Na een uur was de Trekhaakvriend nog niet gearriveerd maar wel twee Bosnische vrachtwagen chauffeurs. We werden door de op Rachel Hazes lijkende serveerster van versnaperingen voorzien. Met veel bravoure bediende de plaatselijke femme fatale de Bosnische vrienden van Amstel. De café baas was ondertussen druk in de weer met een nog groter goed. Het installeren van de schotel antenne om het net begonnen WK op het terras te kunnen ontvangen. Sneeuw, kleur, en zwart – wit beelden wisselde bij elke beweging zich af.
Na een zinderend Frankrijk – Uruguay, eindstand 0-0, was de Trekhaakvriend nog steeds niet gearriveerd. s’Nachts op de parkeerplaats van het café konden we tussen al het geblaf van lokale hondenverzameling en de hitte de slaap maar moeilijk vatten. In plaats van schapen tellen werd het hardop de voordelen van een caravan boven een tent opsommen. En zo word je, voor je er erg in hebt, toch langzaam maar zeker een heuse cara-fan.
Utrecht